Niet spellend én ... niet radend lezen!
Dé methode om kinderen die uitvallen in het
aanvankelijk leesonderwijs én kinderen met
dyslexie Tóch Nog te Leren Lezen!
Dé methode om kinderen die uitvallen in het
aanvankelijk leesonderwijs én kinderen met
dyslexie Tóch Nog te Leren Lezen!

Hoofdauteur: Drs. W. Verhagen
I.s.m. TNL werkgroep
I.s.m. TNL werkgroep
Gebruikerservaringen
TOCH NOG LEREN LEZEN IN DE ZORGVERBREDING?
EEN INTERVIEW MET MARY KLIJNSMA
Het is effectief, maar je moet het blijven verdedigen' zegt Mary Klijnsma over de methode 'Toch Nog Leren Lezen? (TNL). Zij werkt als adjunct directeur en intern begeleider met TNL op de Ds. Buskesschool, die vijf groepen 3 telt. We vroegen naar haar ervaringen met TNL.
EEN INTERVIEW MET MARY KLIJNSMA
Het is effectief, maar je moet het blijven verdedigen' zegt Mary Klijnsma over de methode 'Toch Nog Leren Lezen? (TNL). Zij werkt als adjunct directeur en intern begeleider met TNL op de Ds. Buskesschool, die vijf groepen 3 telt. We vroegen naar haar ervaringen met TNL.
Mary Klijnsma
Waarom ben je met deze methode voor remedial teaching begonnen?
Toen ik nog in Zoetermeer werkte, zocht ik binnen ons samenwerkingsverband hulp voor een zwaar dyslectisch kind. Zo kwam ik in contact met ééén van de auteurs van TNL, die mij de onderzoeksversie van deze methode leende die ik met succes gebruikte. Ik ging met haar naar het congres 'Dyslexie 90'. In een lezing daar over TNL hoorde ik dat uit vergelijkend onderzoek bleek dat deze methode effectiever was dan de taakanalytische bij uitvallers in het speciaal onderwijs, de meest zware dyslectici dus. Toen ik intern begeleider werd op deze school begon ik er na een jaar mee bij uitvallers met lezen.
Waarin verschilt TNL van andere methodes voor remedial teaching?
Andere methodes vragen meer voorkennis van de leerling en zijn minder sèc op het aanvankelijk lezen gericht. Dat komt omdat TNL heel lang voortborduurt op het lezen van tekst die uit tweeklankige woorden bestaat, zoals de en een. Ouders en leerkrachten verkijken zich vaak op de moeilijkheid van deze korte, heel vaak voorkomende woordjes. Ze zeggen dan dat het kind deze woorden toch moet kunnen lezen omdat het langere woorden zoals 'Sneeuwwitje' wel goed leest. De eerste zes delen van TNL bestaan alleen uit teksten met deze korte woordjes. Dat is een heel andere benadering dan waar men aan gewend is.
Andere methodes vragen meer voorkennis van de leerling en zijn minder sèc op het aanvankelijk lezen gericht. Dat komt omdat TNL heel lang voortborduurt op het lezen van tekst die uit tweeklankige woorden bestaat, zoals de en een. Ouders en leerkrachten verkijken zich vaak op de moeilijkheid van deze korte, heel vaak voorkomende woordjes. Ze zeggen dan dat het kind deze woorden toch moet kunnen lezen omdat het langere woorden zoals 'Sneeuwwitje' wel goed leest. De eerste zes delen van TNL bestaan alleen uit teksten met deze korte woordjes. Dat is een heel andere benadering dan waar men aan gewend is.
Waarin schuilt dan het effect van die korte woordjes?
Omdat deze zo weinig letters hebben, zo weinig van elkaar verschillen, moet een rader heel precies op elke letter letten. Daardoor gaan ze minder radend lezen, ook omdat TNL een heel geleidelijke, duidelijke opbouw heeft waardoor de leerling ook niet hóeft te raden. Ook voor spellers is het belangrijk dat die woorden uit twee klanken bestaan. Die mag je in TNL niet spellend laten lezen en het kán in principe ook. Omdat ze zo kort zijn kan de leerling die klanken direct aan elkaar "lijmen" en daarna doorlezen. Hij hoeft ze vooraf niet te spellen. Zo leert de leerling woord na woord niet-spellend en niet-radend lezen. Ik heb wel de indruk dat het voor raders beter werkt dan voor spellers.
Omdat deze zo weinig letters hebben, zo weinig van elkaar verschillen, moet een rader heel precies op elke letter letten. Daardoor gaan ze minder radend lezen, ook omdat TNL een heel geleidelijke, duidelijke opbouw heeft waardoor de leerling ook niet hóeft te raden. Ook voor spellers is het belangrijk dat die woorden uit twee klanken bestaan. Die mag je in TNL niet spellend laten lezen en het kán in principe ook. Omdat ze zo kort zijn kan de leerling die klanken direct aan elkaar "lijmen" en daarna doorlezen. Hij hoeft ze vooraf niet te spellen. Zo leert de leerling woord na woord niet-spellend en niet-radend lezen. Ik heb wel de indruk dat het voor raders beter werkt dan voor spellers.
Er is dus geen escape mogelijk in radend of in spellend lezen?
Dat klopt, al moet je er dan wel bij zeggen dat het lezen individueel moet worden begeleid. In de klassikale methode die wij gebruiken leren leerlingen woorden met drie klanken 'zingend' te lezen om spellen te voorkomen. Deze aanpak werkt heel goed, alleen kan dit bij de zwaksten radend lezen tot gevolg hebben. Soms compenseert zo'n leerling dit dan weer met spellend lezen. Bij TNL kun je zowel raden als spellen woord voor woord aanpakken omdat die woorden maar twee klanken hebben.
Dat klopt, al moet je er dan wel bij zeggen dat het lezen individueel moet worden begeleid. In de klassikale methode die wij gebruiken leren leerlingen woorden met drie klanken 'zingend' te lezen om spellen te voorkomen. Deze aanpak werkt heel goed, alleen kan dit bij de zwaksten radend lezen tot gevolg hebben. Soms compenseert zo'n leerling dit dan weer met spellend lezen. Bij TNL kun je zowel raden als spellen woord voor woord aanpakken omdat die woorden maar twee klanken hebben.
Is het niet moeilijk om de remedial teaching te organiseren?
Dat is bij veel methodes het knelpunt en ook bij TNL is het niet gemakkelijk om elk jaar de individuele remedial teaching van zo'n 13 kinderen, ongeveer 10 %, te organiseren. Ik ken echter geen andere methode voor remedial teaching die door niet professionele krachten gebruikt kan worden voor zware leesproblemen en die relatief weinig tijdsintensief is.
Op het eind van groep 3 onderzoeken we eerst welke leerlingen AVI-niveau 1 en 2 niet halen en welke van die leerlingen symptomen van dyslexie hebben. Deze leerlingen krijgen twee keer 25 ą 30 minuten in de week les van leesouders en werken één keer in de week met de computerversie. Dyslectische leerlingen die AVI-niveau 1 niet halen doubleren groep 3 en maken in de taalles de werkbladen van TNL. Dyslectische leerlingen die instructieniveau AVI-niveau 1 wel halen maar 2 niet gaan naar groep 4 en blijven daar meedoen met de taalles en met lezen op hun niveau. Remedial teachers begeleiden de leesouders en nemen ook de toetsen binnen de methode af. Per leerling hebben ze elke week zo'n 20 minuten nodig voor begeleiding en administratie.
Dat is bij veel methodes het knelpunt en ook bij TNL is het niet gemakkelijk om elk jaar de individuele remedial teaching van zo'n 13 kinderen, ongeveer 10 %, te organiseren. Ik ken echter geen andere methode voor remedial teaching die door niet professionele krachten gebruikt kan worden voor zware leesproblemen en die relatief weinig tijdsintensief is.
Op het eind van groep 3 onderzoeken we eerst welke leerlingen AVI-niveau 1 en 2 niet halen en welke van die leerlingen symptomen van dyslexie hebben. Deze leerlingen krijgen twee keer 25 ą 30 minuten in de week les van leesouders en werken één keer in de week met de computerversie. Dyslectische leerlingen die AVI-niveau 1 niet halen doubleren groep 3 en maken in de taalles de werkbladen van TNL. Dyslectische leerlingen die instructieniveau AVI-niveau 1 wel halen maar 2 niet gaan naar groep 4 en blijven daar meedoen met de taalles en met lezen op hun niveau. Remedial teachers begeleiden de leesouders en nemen ook de toetsen binnen de methode af. Per leerling hebben ze elke week zo'n 20 minuten nodig voor begeleiding en administratie.
Hoe verliep de invoering van de methode?
We begonnen eerst met één, toen met twee leerlingen waar al veel aan gedaan was. Men was blij dat er nog een optie was die nog werkte ook. Maar bij remedial teachers die er voor het eerst mee werken en bij leerkrachten moet je vaak een weerstand overwinnen. Want met die korte woordjes kun je moeilijker mooie zinnen en leuke verhalen maken.
We begonnen eerst met één, toen met twee leerlingen waar al veel aan gedaan was. Men was blij dat er nog een optie was die nog werkte ook. Maar bij remedial teachers die er voor het eerst mee werken en bij leerkrachten moet je vaak een weerstand overwinnen. Want met die korte woordjes kun je moeilijker mooie zinnen en leuke verhalen maken.
Ik hoor ook wel dat de boekjes nogal sober zijn uitgevoerd. Dat is met opzet gedaan om de leerling niet af te leiden.
Ja, maar daardoor ziet de leerling dat boekjes van andere leerlingen er kleuriger uitzien en meer illustraties hebben. Daardoor raakt hij soms minder gemotiveerd.
Ja, maar daardoor ziet de leerling dat boekjes van andere leerlingen er kleuriger uitzien en meer illustraties hebben. Daardoor raakt hij soms minder gemotiveerd.
In het speciaal basisonderwijs merk ik dat de eerste delen van TNL de motivatie juist verhogen omdat de leerling snel succes beleeft. Motivatieproblemen komen daar wel voor vanaf deel 8 omdat de moeilijkheidsgraad daar te snel toeneemt voor de zwaksten.
Klopt. Daarom gingen we tot voorkort niet verder dan deel 10. Daar is nu wel voorlopig een mouw aan gepast met materiaal van de onderzoeksversie. Dat maakt het vaker mogelijk de methode geheel af te ronden tot en met deel 13, zodat het eindniveau hoger ligt. Een nadeel is ook dat we in groep 3 na een half jaar soms al zien dat het niet zal lukken met de hulp die we binnen onze leesmethode kunnen geven. Dan zouden we eerder willen beginnen, maar de methode is daar nog niet op toegesneden. Ook daar wordt aan gewerkt heb ik begrepen.
Klopt. Daarom gingen we tot voorkort niet verder dan deel 10. Daar is nu wel voorlopig een mouw aan gepast met materiaal van de onderzoeksversie. Dat maakt het vaker mogelijk de methode geheel af te ronden tot en met deel 13, zodat het eindniveau hoger ligt. Een nadeel is ook dat we in groep 3 na een half jaar soms al zien dat het niet zal lukken met de hulp die we binnen onze leesmethode kunnen geven. Dan zouden we eerder willen beginnen, maar de methode is daar nog niet op toegesneden. Ook daar wordt aan gewerkt heb ik begrepen.
Wat zijn de resultaten?
De leerlingen halen gemiddeld hun achterstand niet in, maar gaan niet verder achteruit. De stagnatie houdt op. In 1994 is er voor het laatst een wat oudere 'TNL-leerling' naar het Speciaal Basis Onderwijs gegaan. De andere 35 leerlingen zijn tot en met het schooljaar '97/ '98 binnen het basisonderwijs gebleven. Bij 10 van hen werd aan de mogelijkheid van Speciaal Basis Onderwijs gedacht als het lezen niet op gang zou komen. Maar dat resultaat is ook behaald doordat we onze zorg hebben verbreed door Weer Samen Naar School en we vroeger zijn gaan signaleren.
De leerlingen halen gemiddeld hun achterstand niet in, maar gaan niet verder achteruit. De stagnatie houdt op. In 1994 is er voor het laatst een wat oudere 'TNL-leerling' naar het Speciaal Basis Onderwijs gegaan. De andere 35 leerlingen zijn tot en met het schooljaar '97/ '98 binnen het basisonderwijs gebleven. Bij 10 van hen werd aan de mogelijkheid van Speciaal Basis Onderwijs gedacht als het lezen niet op gang zou komen. Maar dat resultaat is ook behaald doordat we onze zorg hebben verbreed door Weer Samen Naar School en we vroeger zijn gaan signaleren.
Een leerling tekent zijn net verworven TNL ¨diploma¨.
Was het niet moeilijk die zorg te verbreden?
Zeker, en nog steeds. In het basisonderwijs is de norm toch al gauw het klasgemiddelde en niet de vooruitgang die de leerling ten opzichte van zijn eigen niveau boekt. Waar het aan schort in het basisonderwijs is de kennis en de acceptatie van het feit dat dyslectici hun achterstand gemiddeld niet inlopen. Bij goede remedial teaching wordt de achterstand niet groter. Het is dit soort kennis die vaak ontbreekt. Dan is het moeilijk te accepteren dat een dyslectische leerling altijd een achterstand zal behouden. Die acceptatie maakt voor zo'n leerling echter een groot verschil. Hij weet dan dat het niet aan zijn inzet ligt, dat anderen dat weten en er rekening mee houden.